Len Borgdorff - Gedichten & Foto's


Stukje(s)


Bezoek aan Theresienstadt

De afgelopen zomer heb ik ook even Terezin gedaan, een uurtje, meer niet. Zo was het afgesproken. Het was nog erg vroeg toen we arriveerden en dus waren er nog maar weinig mensen.
Voor de poort waarboven in grote letters de beladen tekst stond dat Arbeit frei macht, was iemand bezig zin auto te wassen. Alles in me weerhield me ervan daar een foto van te maken, al heb ik daar intussen spijt van.
Het was er stil, verlaten. Wel schrok ik telkens weer van de zwaluwen die rakelings langs mijn hoofd vlogen ieder keer dat ik een gebouw in ging. Daar stonden kale britsen, lege tafels, lege bureaus, lege kasten, frames van verroeste bedden. De deuren van de cellen waren open. Het was er kortom van een sobere schoonheid en telkens als ik weer een gebouwtje uit liep trof mij de aangename temperatuur en het fraaie zonlicht. En binnen en buiten die rust, alleen verstoord door af en aan vliegende zwaluwen. Laten we wel zijn: dat is een aangename verstoring.

In wat een filmzaaltje bleek te zijn kwam en oude man naar me toe met de vraag of ik de film wilde zien en, zo ja, in welke taal. Zo keek ik naar het propagandafilmpje dat de Nazi’s ooit maakten van Theresienstadt, alsof het er een lustoord zou zijn. Wat er nog leeft en beweegt van het Theresienstadt in de eerste helft van de jaren veertig is de grote leugen van een valse lach, die je overigens ook thuis op Youtube kunt zien, zo ontdekte ik naderhand. Het kamp zelf is een oprechte leugen, gelukkig maar. Wat me vooral iets deed in het kamp was het meisje van een jaar of tien dat achter me de zaal met de verroeste bedden in kwam. Ze haalde een cameraatje tevoorschijn en maakte een foto. ‘Dat waren dan wel de betere bedden. De gewone mensen sliepen op houten planken.’ Het meisje begreep me niet. Ze sprak geen Duits, alleen Tsjechisch. Ook dat nog, dacht ik, veel van die kinderen toen zullen elkaar helemaal niet begrepen hebben.

II
De zondagochtend daarna bezocht ik met Henk het Joods Museum in Praag. Daar hingen honderden tekeningen, in de oorlog gemaakt in Theresienstadt, door kinderen die daarheen gedeporteerd waren. Meestal waren de tekeningen gemaakt door meisjes van een jaar of twaalf, mijn kleine fotografe van drie eerder had er bij wijze van spreken tussen kunnen zitten. Meestal stond bij de tekening wanneer de maakster ervan naar het vernietigingskamp Auschwitz was afgevoerd. Dan ging het vooral om mei of oktober 1944. De zaaltjes met de tekeningen waren klein en in museum was het druk. Misschien heeft dat ermee te maken. Hoe dan ook gaven die drukte, dat benauwde en bovenal die tekeningen mij met terugwerkende kracht een beeld van wat Terezin geweest moet zijn: een bolwerk, een conservenblik vol gistend verlangen naar ‘niet dit, niet hier, niet nu,’ van heimwee ook.
De meisjes tekenden vazen met bloemen onder een schemerlamp, meisjes in rokjes en bloesjes. Ze maakten liefelijke landschappen met een beekje en een stralende zon, zoals Theresienstad kan meemaken, had ik nog maar drie dagen daarvoor zelf meegemaakt. Ook waren er tekeningen met chanoekakandelaars, van de britsen boven elkaar. Maar allemaal tekeningen gemaakt met jonge vingers en ze gaven weer wat kinderogen zagen of waar de kinderen toen van droomden. Honderden voortijdig afgekapte levenslijnen.

Daar in Praag zag ik veel meer van Terezin.


Omdat het winter is! (Trekvogelpad januari 2012)

Omdat het winter is, vaart er geen pontje bij Spijkerboor. Daarom moeten we ruim zeven kilometer omlopen, maar dat wisten we. Hadden we in mei van De Rijp naar Zaandijk gelopen, dan zou er ook geen pontje zijn geweest om ons over te zetten, tenminste niet bij dit weer, met windkracht 9.
Nu lopen we vanaf De Rijp eerst ruim vijf kilometer tegen de wind in. Ooit worstelde ik me met een grote plaat hardboard door de storm omdat er ergens een ruit was gesneuveld.
Het verbaast me dat meeuwen, ganzen, zwanen en kraaien –beesten zonder veel gewicht- met flappen van veer (nog lichter dan hardboard) tegen de wind in kunnen vliegen, maar ook bochten kunnen maken en Aat blijft minuten lang staan kijken naar een meeuw die minutenlang stil hangt boven een blijkbaar aantrekkelijke sloot en dat bij zoveel wind.
De dagen ervoor heeft het ook al zo gewaaid, maar toen zat ik thuis achter mijn bureau en verbaasde ik me over zware luchten en driftig zwaaiende bomen als ik door het raam keek, maar ik voelde niets en ik hoorde alleen maar een strijkkwartet van Brahms. Dat gaf me een rijk gevoel, dat je dankzij wat steen, glas en verwarmd ijzer zo riant kunt zitten. Maar nu ben ik tevreden met de uiteinden van de koordjes van mijn jas die tegen mijn tanden slaan en een broek die hartstochtelijk de lucht in wil.




  

  Naar boven 

Copyright © 2008 - 2012 - rafikisoft - All rights Reserved.